Poets' Corner
Geen ootjes, s.v.p. Gij waart de lust van mijn leven, O vrouw, die ik niet meer bemin. Ik heb u alles gegeven En maakte u tot mijn vorstin. Ik gaf u een zilveren badkuip, Robijn gaf ik u en smaragd. Doch gij hebt al mijn geschenken Naar de bank van lening gebracht. Gij hebt mij links laten liggen (Waar onze matras het meest kraakt). Gij hebt mij in 't ootje genomen En van alles een potje gemaakt. En kan ik het potje vergeven -- O potje, o bron van verdriet! -- Het ootje neem ik u kwalijk, Het ootje vergeef ik u niet. Daan Zonderland (1909-1977) HOME